Afscheid

Zachtjes opent ze haar tas en haalt een zakdoekje tevoorschijn. De tranen stromen langs haar wangen en voorzichtig probeert ze haar tranen met haar zakdoekje weg te vegen. Een en negentig is hij geworden, haar lievelingsbroer. En nu zit ze hier om definitief afscheid van hem te nemen.  

Onwillekeurig dwalen haar gedachten af naar de tijd dat zij nog een kind was. Hij was haar grote broer. Acht jaar ouder. Ze vond het geweldig zo’n grote broer te hebben en keek tegen hem op. Hij leerde haar zwemmen. Achter het ouderlijk huis lag de ringvaart. Daar zwommen ze zomers en daar heeft zij haar eerste zwemlessen van hem gehad. Hij hield van het water en ging varen. Overal ter wereld kwam hij. Ook in China. Daar kocht hij een mooie zijden pyjama voor haar. In een mooie doos. Zo’n doos die je eigenlijk niet in de kast zette, maar ergens voor sier. Maar dat deed ze niet, want stel dat het zonlicht erop kwam en de mooie doos zou verkleuren. En dan die pyjama. Ze had nog nooit zo’n mooie pyjama gezien. Hij was van roze zijde met kleine bloemetjes. Prachtig. Zonde om zoiets moois te dragen. Ze legde de pyjama in de doos in de kast in de slaapkamer. Regelmatig keek ze in de doos naar de pyjama. Dragen deed ze de pyjama niet. Dat was zonde. Stel dat ze hem verkeerd zou wassen. Door het dragen zou hij ook sneller slijten. Nee, ze liet de pyjama in de kast. De jaren gingen voorbij. Zij trouwden allebei. Hun ouders stierven. Hij kreeg vijf kinderen, zij twee. Hij was gelukkig getrouwd, zij niet en scheidde van haar man. Hij werd opa, zij werd oma. Zij werd overgrootoma en hij kreeg de ziekte van Alzheimer. Dit verergerde waardoor hij niet meer thuis kon wonen en naar een verpleegtehuis moest. Zij verhuisde naar het bejaardentehuis. Tijdens de verhuizing kwam ze de doos met de pyjama tegen. Zowel de doos als de pyjama waren van ouderdom helemaal verpulverd. Er restte haar niets anders dan alles weg te gooien. Een paar maanden geleden zocht ze hem nog op. “Dat is lang geleden”, zei hij toen. Maar hij herkende haar en samen hebben ze herinneringen van vroeger opgehaald. Een maand geleden heeft ze hem voor het laatst gezien. Hij herkende haar niet meer. Met een nietszeggende blik in zijn ogen keek hij haar aan, terwijl zij hem zijn boterham voerde.

Op twee grote schermen zijn foto’s geprojecteerd. Foto’s van een lang en gelukkig leven, foto’s samen met zijn vrouw, samen met zijn kinderen en kleinkinderen, van het schip waarop hij zoveel jaren gevaren heeft. Er is ook nog een foto waar zij samen op staan. Die foto is nog geen jaar geleden gemaakt. Zijn kinderen houden mooie, emotionele toespraken. Het is goed geweest. Maar waarom stoppen die tranen niet?

 

 

 

 

 

About the Author

admin
Author with 253 posts
More about admin

Related Articles

Leave a Comment

Babbels en Brabbels is een blog voor de niet zo piepjonge, maar wel actieve 50-plusser die nog volop in het leven staat.